dummy

 

Jasper Hagenaar
 
‘Ecliptica’ staat geschreven op een briefje dat op de muur van het atelier van Jasper Hagenaar is geprikt. De ecliptica is de schijnbare zonneweg; de jaarlijkse baan die de zon door de hemel aflegt en dat dan geprojecteerd als vlak. Het middelpunt van dit denkbeeldige vlak is de zon, de rand loopt door het midden van de aarde. De ecliptica is een fenomeen, ongrijpbaar en tot op zekere hoogte denkbeeldig. Hoe droom je een vlak in het heelal? Hoe maak je het ongrijpbare tastbaar. Draait alles om de zon? Of is de zon slechts een mechaniekje in een veel groter geheel? De definitie van ‘ecliptica’ probeert structuur te brengen in het raadsel.
 
Wat doet dat woord ‘ecliptica’ – enigmatisch als het is – daar op die wand in het atelier van Jasper Hagenaar? Zou het gaan over het universum, dat als conditionerend gegeven ons leven dicteert? In de werken van Jasper Hagenaar is de werkelijkheid geen vanzelfsprekendheid. We herkennen de werkelijkheid wel, maar toch is ze efemeer, alsof er een waas overheen hangt die haar aan ons heden onttrekt. Jasper Hagenaar is niet geïnteresseerd in ‘realiteit’. Zijn realiteit is een constructie, een wereld binnen de randen van het doek, met vaak ook nog een ruimte binnen deze schildersruimte. Zoiets als de ecliptica in het heelal.
 
Centraal op het doek ‘Close Encounters’ (2010) staat een berg. Een stompe, monolitische vorm, strak in het midden van de compositie. Ervoor wat figuren en twee verdwaalde palmen. Paradijselijk, maar toch ook niet. De kleuren zijn gedempt: groenen, (grijs)blauw, vaalpaars, oudroze, bruin. Geen vrolijkheid, geen expressieve tinten. Het is de kleur van het verleden, de herinnering. In de hoeken wordt het beeld donkerder, als bij een oude polaroid, waarin de voorstelling alleen in het midden echt goed helder en belicht is. Een afbeelding als echo, als beeld dat zweeft tussen fictie en realiteit. Met de magie van de nostalgie: het ultieme vehikel voor een reflectief beeld doordrenkt van melancholie of sehnsucht. Wat dat betreft is Jasper Hagenaar een paar eeuwen te laat geboren en had hij zich goed thuis gevoeld in de kring rond de ultieme Romanticus Caspar David Friedrich; of had hij leerling van Goya kunnen zijn, in zijn late periode met de ‘pintura negra’, waarin het leven in steeds donkerder tinten schuil gaat.
 
De ongrijpbaarheid in het schilderwerk van Jasper Hagenaar is precies zijn kracht. De schilderijen gaan over schilderen. Het toont wat je met verf en verbeelding kunt oproepen aan werelden, zonder concessies te doen aan de wetten van de werkelijkheid. De ultieme verleiding van schilderkunst is het vermogen om een zelfstandige werkelijkheid vorm te geven. En Jasper Hagenaar maakt daar gretig gebruik van.
 
In het afgelopen decennium is de foto door kunstenaars veelvuldig als onderlegger voor de schilderkundige compositie gebruikt. De foto – en meer specifiek het snapshot – geeft het valse idee dat het beeld aansluit op de urgentie van het ‘nu’. Maar de foto als archetypische reflectie op een geïntensiveerde realiteit is een leugen. Iedere constructie, iedere compositie, iedere weergave van ‘de realiteit’ is subjectief. Jasper Hagenaar onderkent dit en wil in zijn schilderijen daarom tot zijn eigen reflectie op de realiteit komen. Als ‘het beeld’ subjectief is, dan is het beter om dat op zelfstandige condities vorm te geven, gebruikmakend van de illusionaire kwaliteiten die eigen zijn aan een schilderij. Schilderen is photoshop avant la lettre: de ‘realiteit’ gecomponeerd vanuit de verbeeldingskracht van de kunstenaar/schilder. De kwast als ‘magic wand’.
 
Hagenaar gaat daarom veel verder dan de fotografie als chroniqueur van ‘de werkelijkheid’. Hij bouwt voor een aantal van zijn motieven zijn eigen werkelijkheid in de vorm van een maquette en schildert die na. Een dubbel moment van creatie dus: eerst driedimensionaal – met alle subjectiviteit die bij het knutselen van een maquette onvermijdelijk komt kijken – en vervolgens tweedimensionaal, waarbij de kwast en verf als vanzelf voor een puur persoonlijke weergave zorgen.
 
In een van zijn meest recente schilderijen ‘El Topo’ staat een bebaarde man op een sokkel in een lege ruimte. Heel vaak staan beeldelementen van Jasper Hagenaar solitair in een ruimte. En altijd strak in het midden. In hun eigen universum. Onthecht, als het ware, van de realiteit die de wereld is. ‘El Topo’ is zo’n schilderij waarmee Hagenaar een hele wereld ontsluit. Het motief is ontleend aan een ‘acid western’ waarin een gunfighter het kwaad uitroeit, maar zelf langzaamaan onderdeel wordt van dat kwaad en vervolgens probeert om zich daar weer aan te ontworstelen. Schuld en boete en de haast metafysische zoektocht naar ‘essentie’ lopen als een rode draad door dit surrealistische verhaal. El Topo op een voetstuk zetten, is de malende dwaasheid vereren, waarmee ‘de mens’ op het slappe koord van ‘het leven’ probeert overeind te blijven.
 
Hoeveel grip hebben wij op onze eigen toekomst, hoeveel houvast hebben wij in onze missies? Onze hele historie is vergeven van mystiek. Een zeepiraat kan uitgroeien tot held, het kostuum van een oorlogzuchtige Pruisische soldaat kan een vereerbaar esthetisch object worden in de pronkkamers van onze huidige tijd. Schuld en boete, de fluïde slingerbewegingen tussen ‘goed’ en ‘kwaad’, het zijn motieven waar Jasper Hagenaar op een subtiele manier mee speelt. Door zijn suggestieve kleurgebruik; door zijn licht impressionistische manier van schilderen – waardoor de interpretatie van een motief veel dominanter wordt dan de precieze representatie -; door het kleurgebruik waardoor ‘tijd’ vaag wordt; door de subjectieve plaatsing van zijn motieven in het lege vlak, waardoor het universum waarin ze acteren ongedefinieerd wordt (en dus multi-interpretabel).
 
De zon is de kern van de ecliptica, maar de ecliptica zelf is slechts een fictief vlak in het heelal. En zo geldt dat ook voor de beeldmotieven van Jasper Hagenaar, die zowel het middelpunt van hun eigen realiteit zijn, als onderdeel van een imaginair ‘vlak’ in onze geschiedenis. Een vlak ook nog eens dat door de tijd van identiteit verandert, al naar gelang de tijd verglijdt en de focus op andere aspecten komt te liggen. Niets zo subjectief als de interpretatie van ‘waarheid’. Iets waar de protagonist van ‘El Topo’ van kan getuigen op zijn diabolische rit door het leven.
 
Robbert Roos
Oktober 2011


back